Alles gebeurt altijd tegelijk

Noord, 30 mei 2020
Het begon in februari dit jaar: Het stormde de hele maand onafgebroken. Ik had nog nooit zoveel regen en wind meegemaakt in Nederland. Ik werkte veel in de koffiewinkel, en zoals altijd met slecht weer vlogen de grote american cookies over de toonbank. Mensen willen suiker bij gebrek aan zon. Ik weet nog dat ik dacht: Het lijkt wel een filmset van disaster movie die zich langzaam gaat ontvouwen. Het plot is inmiddels duidelijker geworden. 

Opeens ging het snel: Het zeer besmettelijke Coronavirus dat als eerst werd opgemerkt in China, verspreidde zich snel over de wereld. Begin februari werden er nog ‘we bedoelen het niet racistisch’ carnavalsnummers gezongen over Chinezen en Corona, begin maart bleek een groot aantal mensen in Nederland besmet. Het zingen stopte, het racisme bleef. Er werd gesproken van een pandemie.

Op 12 maart gaf de Minister President een persconferentie waarin nieuwe maatregelen werden aangekondigd. Iedereen met klachten moest thuisblijven; evenementen met meer dan 100 personen werden afgelast; kwetsbare groepen werd opgeroepen om het openbaar vervoer te vermijden. Ik werkte dat moment in de koffiewinkel, en het voelde als 9/11, surreëel. Mondjesmaat kwamen er nog mensen koffie halen, en er werd zelfs in koffiebonen gehamsterd. ‘Zonder koffie en chocolade kan ik niet leven,’ zeiden sommige klanten. Op weg naar huis keek ik jaloers naar de bomen en struiken in Amsterdam Noord, die hun nieuwe fel groene blad tevoorschijn lieten komen. Zij hadden nergens last van. Ik moest gaan beslissen, als astmaticus, hoeveel ik naar buiten zou gaan de komende tijd. En waarheen ik dan zou gaan en met wie. De herinnering alleen al aan de longontsteking die ik ooit had benauwde me. Ik heb niet meer kunnen werken sinds die dag.

Thuis aangekomen bleek mijn vriend extra boodschappen te hebben gedaan. Iedereen was aan het hamsteren geslagen. ‘Dat is niet nodig,’ had onze Minister President nog gezegd, maar angstige mensen wachten niet, maken hun nesten veilig en zorgen voor voldoende voedsel. We blijven beesten. De situatie was toen nog behoorlijk vredig. We hadden tenminste nog geld om onze huur te betalen en boodschappen te doen. Ook al waren er ondersteunende regelingen voor de mensen wiens werk wegviel, het bleek niet voldoende. Bovendien was er veel onvrede omdat de mensen die het afgelopen jaar streden voor betere werkomstandigheden en dit niet voor elkaar kregen, de mensen in de zorg en het onderwijs, nu onmisbaar zijn. 

De afgelopen jaren was de armoede gestegen, en dus het aantal mensen dat niet kon sparen ook. Als je geen vertrouwen hebt dat de overheid voor je opkomt, dan kom je voor jezelf op. Nadat de lockdown werd aangekondigd eind maart, werd dat duidelijk. Bij ons in de wijk werd het winkelcentrum halverwege april geplunderd. Ondertussen zijn we ook bezig met het planten van groenten in het park voor de deur. Er komt nog niets omhoog, dus het verdelen van de oogst is voor latere zorg. Als er al iets opkomt. 

Alles gebeurt altijd tegelijk. Je kan troost halen uit je medemens en hen vrezen tegelijkertijd. 

Halverwege maart begon ik veel over je te dromen. Eén droom herhaalt zich: Ik zie  je wandelen in je licht bruine ribfluwelen broek door het park, richting het stadscentrum van Huissen. Ik rij op mijn kleine fiets achter je aan. Over dat pad met die grote boomwortels. Je draait je om en lacht. Ik probeer dichtbij je te blijven. Je bent inmiddels 10 jaar dood, maar ik geloof graag dat je nog in de buurt bent. Als een beschermengel. Waarom zou je anders nu zo vaak in mijn dromen opduiken? Het stelt me gerust. Ik schrijf dit aan jou. Ik moet iets doen nu ik nauwelijks naar buiten mag. Schrijven om gezond te blijven. Ook al is het aan je dode vader. Morgen zou je jarig zijn, ik hoop dat de zon schijnt. 

Weet je nog dat we Star Trek keken? Daar gingen de starships Voyager en The Enterprise namens de gehele mensheid de ruimte in. Het kapitalisme, oorlogen en concurrentie was iets dat de mensen van Starfleet alleen kenden uit hun geschiedenisboeken. Jammer dat nooit uit de doeken werd gedaan hoe we ons daaruit ontworsteld hebben als diersoort.

Momenteel denken we vooral in landsgrenzen en in BNP. Dat dit virus de hele mensheid als soort aanvalt is nog steeds ondergeschikt. Landsgrenzen zijn gesloten en de schuld wordt gegeven aan de buren. Schulden worden steeds weer herberekend. We zijn nog lang niet Starfleet waardig. 

Ik denk dat ik je binnenkort weer zal schrijven. Ik moet nu naar een online-meeting met mede designers en kunstenaars. Als vormgevers en verhalenvertellers is onze taak om de wereld vorm te geven. Dit is een moment waarop dat geen tierlantijnen zijn voor in huis maar bittere noodzaak. 

In een auto op een parkeerplek bij de Jumbo, 16 augustus 2020
Een zweetdruppel liep traag van net onder zijn haargrens via zijn slaap over zijn jukbeen verder naar beneden. Hij zocht in het handschoenenkastje naar papieren zakdoekjes om zijn hoofd droog te deppen. Of een snoepje, iets om op te sabbelen. Om afgeleid te raken van die hitte en onrust in hem. Maar er was niets. Enkel een veiligheidshamer om de autoruit mee kapot te slaan. Dat zou wat overdreven zijn, hij stond op een parkeerplek bij de supermarkt. Wat zouden de mensen denken. Die vrouw! Waarom kijkt ze naar zijn auto? Zou ze iets vermoeden.

Hij ging verzitten en dacht aan het vaste riedeltje. 5 Dingen opnoemen die hij kon zien. Het stuur van zijn Lancia, een rode Ford Ka naast hem, een scheve stoeptegel, een hondendrol, een prullenbak. 4 Dingen die hij kon horen: Zijn eigen korte ademhaling, een motor die optrok, een lichte kreun die hij slaakte, niks….hij hoorde verder niks.  Focussen, diep ademhalen. Nog meer zweetdruppels. Waarom gebeurt dit toch? Hij had heimwee naar de dagen waarin hij, alsof hij Tank was uit The Matrix, naar de beurskoersen had gekeken. Getallen die bewegen, die in een grafiek passen. In een orde. Waar ook onvoorspelbaarheid heerst, maar ook orde. Het ‘als dit dan dat’ principe. Kijk hem nu zitten. Met zijn paspoort op schoot, en zijn masker over zijn haar getrokken.

Hij kreeg het al benauwd van het naar buiten gaan. Van andere mensen. Van hun blikken. Van hun ontwijkende blikken. Dat schichtige gedrag. En dan kreeg hij het nog warmer van het besef dat hij onbehoorlijk hard aan het zweten was. Kleine vijvers onder zijn oksels, zichtbaar in zijn blouse. En ook wist hij zeker dat wanneer hij op zou staan, hij zweetdruppels vanuit zijn knieholtes naar beneden zou voelen glijden. ‘Waarom doe je nou zo? Waarom? WAAROM!’ riep hij uit en sloeg met zijn rechterhand op het stuur. Je gaat naar buiten, dacht hij. Hij dacht heel hard, als zijn eigen commandant. Je doet je kapje voor je gezicht, je gaat naar buiten, doet de auto dicht. Houd je tas en paspoort dichtbij je en je loopt naar de uitgifte balie. Daar ga je in de rij staan. Als een normaal mens. Alsof dit een normale dag is en je normale dingen aan het doen bent. Doe het. Nu. 

Hij luisterde naar zichzelf en deed zijn masker voor, autodeur open en op slot. En hij voelde de zweetdruppels naar beneden lopen. Zoals hij had voorspeld. Zijn hele werkende leven was hij al bezig geweest met voorspellingen. Maar nu was het een grote soepzooi. Ik word niet goed van die wanorde. En hij sloot aan in de rij. De rij waarin je een meter afstand van elkaar diende te houden. Zoals op de snelweg waren er strepen gezet die de afstand aanduidden. Twee zwaar bewapende mannen naast de uitgifte balie van de supermarkt. Nou ja, supermarkt mocht het ook niet meer heten. Zijn vertrouwen dat alles altijd vooruit ging was onherstelbaar gekrenkt. Hier had hij niet voor gestudeerd! Hiet had hij zijn toekomst niet op berekend. Hij bevond zich in een afbeelding van mensen met mondkapjes, die later in een museum terecht zou komen. Zoals hij ook naar een tentoonstelling over het dagelijks leven in communistisch oost Europa was geweest. Met zijn vriendin. We zijn ratten voor elkaar. Ongedierte. 

Eenmaal vooraan bij het loket gaf hij zijn paspoort af. Dankzij digitaal vernuft hoefde hij in ieder geval geen voedselbonnen met zich mee te dragen, maar laadde de overheid voedselpunten op je paspoort. Je kreeg aftrek als je als je niet aan de veiligheidsvoorschriften hield. Simpel. Duidelijk. Hij vroeg om zijn boodschappen, en de loketbediende gekleed in een chirurgisch groen pak gaf zijn bestelling door. Macdrive alleen dan de dystopische versie. Met volle tas liep hij terug naar zijn Lancia. Hop, terug naar huis. Naar zijn vrouw en kinderen. Nog even alleen in zijn auto. Hij zette Prince aan, Purple Rain. Even grienen. Even ademen. Even alleen.